Nieuw BTW nummer per 1 januari 2020

In 2019 nieuw btw-nummer voor alle eenmanszaken

Alle eenmanszaken in Nederland krijgen eind 2019 een nieuw btw-identificatienummer. Hiermee komt de Belastingdienst tegemoet aan de eis van de Autoriteit Persoonsgegevens, om te komen met een alternatief voor het huidige nummer dat het burgerservicenummer (BSN) bevat.

Ondernemers moeten dit nieuwe nummer vanaf 1 januari 2020 verplicht gebruiken voor vermelding op hun facturen en op hun website en zij zullen dan ook hun eigen administratie en praktijk daarop moeten aanpassen. Ook leveranciers van administratieve software zullen moeten zorgen dat hun producten met het nieuwe nummer overweg kunnen.

Btw-nummer

Voor de heffing van de omzetbelasting moeten ondernemers een btw-identificatienummer vermelden op facturen aan andere ondernemers en op hun website. Het btw-identificatienummer is voor ondernemers die als natuurlijke persoon ondernemen (eenmanszaken) gebaseerd op hun burgerservicenummer (BSN).

BSN

Het BSN is een vertrouwelijk nummer, dat bestemd is voor de communicatie tussen burger en overheid en moet niet openbaar worden gemaakt, zo stelt de Autoriteit Persoonsgegevens.

Nieuw nummer

De staatssecretaris liet hierop onderzoeken hoe het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer beëindigd kon worden. Aanvankelijk leek dat pas mogelijk bij de invoering van een nieuw ICT-systeem bij de Belastingdienst. Uit het onderzoek volgt echter een variant (de factuurvariant) die de periode tot dit nieuwe systeem kan overbruggen. Deze factuurvariant wordt op 1 januari 2020 ingevoerd.

Oude nummer

Het nieuwe btw-identificatienummer is voor extern gebruik en wordt bij contacten met de systemen van de Belastingdienst automatisch ‘vertaald’ naar het oude nummer. In de interne systemen van de Belastingdienst blijft het bestaande, op het BSN-gebaseerde nummer in gebruik. Dat kan ook omdat het hier gaat om interne verwerking door de overheid, waar het BSN voor is bedoeld.

Wachten op nummer

De Belastingdienst heeft aangegeven dat deze binnen een termijn van een jaar alle eenmanszaken van een nieuw btw-identificatienummer kan voorzien. Ondernemers hoeven hiervoor niet zelf in actie te komen. Verder heeft de Belastingdienst toegezegd de toekomstige wijzigingen goed te communiceren aan iedereen die geraakt wordt door de implementatie van het nieuwe nummer.

Voortgang wet DBA

In de eerste voortgangsbrief van 22 juni 2018 (nr. 2018-0000112981) heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de start van de uitwerking van de wetgeving ter vervanging van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Met deze tweede voortgangsbrief informeren de minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën de Kamer over de stappen die de afgelopen maanden zijn genomen en de stand van zaken. In het kort gaat het om de volgende vier maatregelen:

1. Opdrachtgeversverklaring
Via een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen, als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarmee wordt beoogd dat ze helderheid krijgen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. De uitwerking van de webmodule ligt op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is.

2. Verduidelijking gezag
Zoals afgesproken in het regeerakkoord wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Daarmee krijgen opdrachtgevers een handvat om zelf te beoordelen of er sprake zou moeten zijn van een dienstbetrekking. Conform de motie Wiersma/Van Weyenberg wordt dit versneld ingevoerd en wordt het gezagscriterium verduidelijkt per 1 januari 2019.

3. Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT)
Het is de bedoeling dat het straks niet meer mogelijk is om langdurig zelfstandigen in te huren tegen een laag tarief. Hiermee wordt beoogd aan de onderkant van de arbeidsmarkt schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan.

4. Opt-out
Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandig ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid. De ALT en opt-out worden momenteel verder uitgewerkt en zullen samen in wetgeving worden vormgegeven.

Vervolgtraject

Het Handboek Loonheffingen met de verduidelijking van gezag wordt uiterlijk per 1 januari 2019 gepubliceerd en de webmodule is naar verwachting eind 2019 gereed. De uitwerking van de maatregel ter bescherming van de onderkant van de zzp-markt loopt vertraging op, mede vanwege de geconstateerde spanning met het Europees recht. Beoogd wordt de wetgeving voor de onder- en bovenkantmaatregelen in de eerste helft van 2019 uit te zetten voor internetconsultatie. In dat geval zal deze per 1 januari 2021 in werking kunnen treden. Vóór de zomer van 2019 zal de staatssecretaris de Kamer nader informeren over de keuzes die het kabinet maakt ten aanzien van de maatregel voor de onderkant en over de uitkomsten van de testfase van de webmodule. Op dat moment zal de Kamer ook nader worden geïnformeerd over de afbouw van het handhavingsmoratorium en de ingebruikname van de webmodule.

Buiten de deur eten en drinken

Buiten de deur eten en drinken?

Met klanten, relaties, personeelsleden, de klantmanager van de bank of uw adviseur gaat u natuurlijk ook wel eens buiten de deur een vorkje prikken, een bakkie doen of naborrelen na een goede deal. Hoe gaat u daar fiscaal mee om?

Buiten de deur zakelijk consumeren

Voor de inkomstenbelasting (IB) en de btw gelden specifieke regels voor de aftrek van eten en drinken die genuttigd worden buiten de deur. Hoe zit de vork dan in de steel?

Eten en drinken voor uzelf. Eten en drinken dat u voor uzelf nuttigt buiten de deur, waar geen zakelijk belang tegenover staat, zijn privékosten. Deze kosten zijn niet aftrekbaar van uw winst. Ook mag u hier niet de btw in aftrek nemen.

Zakelijk belang? De kosten voor eten en drinken dat u zakelijk onderweg nuttigt in een horecagelegenheid zijn voor 80% aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid om 100% van de kosten in aftrek te brengen, maar dan moet u wel € 4.500,- (2018) bij uw winst tellen. Dit is alleen interessant als het totaal aan beperkt aftrekbare kosten op jaarbasis (2018) meer dan € 22.500,- bedraagt.

En de btw? De btw op eten en drinken dat u nuttigt is niet aftrekbaar. Tip.  De niet-aftrekbare btw mag u wel opvoeren als kosten indien er sprake is van een zakelijk belang.

Eten en drinken van uw personeel

Kostenaftrek. De kosten van zakelijk eten en drinken met personeel zijn beperkt aftrekbaar van de winst. Denk hierbij aan een etentje met zakenrelaties. Deze kosten van eten en drinken zijn slechts voor 80% aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid om 100% van de kosten in aftrek te brengen, maar dan moet u wel € 4.500,- (2018) bij uw winst tellen. Dit is alleen interessant als het totaal aan beperkt aftrekbare kosten op jaarbasis (2018) meer dan € 22.500,- bedraagt.

Btw-aftrek. De btw op eten en drinken dat uw personeel nuttigt in een horecagelegenheid is niet aftrekbaar. Doordat de btw op horecabestedingen sowieso niet voor aftrek in aanmerking komt, tellen deze kosten niet mee voor de aftrekbeperking (BUA) op personeelsvoorzieningen. Tip.  De niet-aftrekbare btw mag u wel opvoeren als kosten als er sprake is van een zakelijk belang.

Eten en drinken voor en met relaties

Kostenaftrek. Uitgaven voor eten en drinken die u doet in een horecagelegenheid met het oog op zakelijke belangen zijn beperkt aftrekbaar van de winst. Dus ook als u met uw zakenrelatie een hapje en drankje nuttigt buiten de deur.

Slechts voor 80% aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid om 100% van de kosten in aftrek te brengen, maar dan moet u wel € 4.500,- (2018) bij uw winst tellen. Dit is alleen interessant als het totaal aan beperkt aftrekbare kosten op jaarbasis (2018) meer dan € 22.500,- bedraagt.

Let op 1. Het zakelijk karakter moet u wel kunnen aantonen. Dit kunt u aannemelijk maken door op de bon/factuur te zetten met wie u heeft gegeten (naam en bedrijfsnaam) en wat de reden van het etentje is geweest.

Let op 2. De kosten moeten wel in verhouding staan tot het nut dat die kosten hebben voor uw bedrijf. Buitensporige kosten zullen bij een controle meteen de argwaan bij de controleurs oproepen. U moet de zakelijkheid ervan aantonen.

Let op 3. Btw die u betaalt voor een zakelijk hapje en drankje buiten de deur is nooit aftrekbaar. Deze kosten tellen niet mee voor de aftrekbeperking (BUA) op relatiegeschenken.

Het zakelijk belang van gemaakte kosten buiten de deur (eten en drinken) moet in verhouding staan tot het nut dat u daarmee beoogt. U moet dat aantonen. Noteer op de bon (op naam van uw zaak gesteld!) met wie dat was en waarom. De btw hierop is nooit aftrekbaar! Die btw mag u weer wel als kosten aftrekken.

Bel voor een afspraak 06-52181933

Klaas Beuving Administraties en Belastingen
Website door Profi-Web